Preek in de Zendingskerk te Ermelo op zondag 16/6/2019 (Trinitatis)

Preek in de Zendingskerk te Ermelo op zondag 16 juni 2019 (Trinitatis)

Gelezen werd Spreuken 8, 22-31 en Johannes 3, 1-16

Gemeente van Christus,

De zondag na Pinksteren is traditioneel zondag Trinitatis, zondag van de drie-enigheid, maar de evangelielezing voor deze zondag komt uit een tijd, dat dit kerkelijke feest nog niet was ingevoerd en is vooral een terugblik op Pinksteren. Het vraagt, wat er nu eigenlijk gebeurd is met Pinksteren. Wat betekent het als mensen vervuld worden van de Heilige Geest? Kan dat wel, dat mensen zo totaal veranderen, werkelijk nieuwe mensen worden, opnieuw, maar nu door de geest geboren? Daarover gaat het gesprek dat Jezus met Nikodemus voert. Nikodemus komt in de nacht, want hij weet als gelovige Jood, dat je de tora bij dag en bij nacht moet overpeinzen. Overdag wordt je afgeleid door de praktische dingen van het leven, maar in het duister van de nacht wordt je niet afgeleid door waar je oog op valt en kun je tot diepere zaken komen. Hij heeft de tekenen gezien die Jezus deed, hij heeft gezien hoe hij het tempelplein heeft schoongeveegd en is diep onder de indruk. Hij wil er meer van weten, hij wil een goed gesprek van theologen onder elkaar, hij spreekt Jezus aan als rabbi en noemt hem een leraar, die van God is gekomen en omgekeerd zal Jezus Nikodemus straks een leraar van Israël noemen. Maar het gesprek dat Nikodemus wil, komt niet echt op gang, want er staat wel dat Jezus antwoordt, maar Jezus reageert niet op de opmerking van Nikodemus. Eigenlijk snijdt Jezus het gehoopte gesprek onmiddellijk af: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien. De waarheid wordt niet gevonden in een diepzinnig gesprek. De gedachte, dat als we maar hard genoeg studeren en er als verstandige mensen over doorpraten, we uiteindelijk de waarheid wel zullen ontdekken, klopt niet. Wil je werkelijk iets begrijpen van de tekenen van Jezus, wil je begrijpen waar ze naar verwijzen, dan moet je op een andere manier in het leven staan, dan moet je geraakt worden door de Geest, dan moet je opnieuw geboren worden. Dat opnieuw geboren worden is tegelijk (voor ons net als voor Nikodemus) een heel vreemde uitdrukking en ook een voor theologische en vooral calvinistische oren heel vertrouwd, want ‘wedergeboorte’ is sinds Calvijn een wijd verbreid theologische begrip: daar kun je ook weer eindeloos over door-theologiseren en je kunt je afvragen wat nu precies de kenmerken zijn van iemand die wedergeboren is, je kunt het zelfs, zoals in bepaalde gereformeerde kringen in verband met de doop gebruikelijk, hebben over een ‘veronderstelde wedergeboorte’. Dat wil zeggen: we weten niet zeker dat zo’n klein kindje naar Gods eeuwig raadsbesluit een wedergeborene is, maar omdat zijn ouders gelovige mensen zijn gaan we daar wel van uit en op grond daarvan dopen we dat kindje. Eigenlijk – al is er midden in de oorlog een kerk op gebroken – is dat klinkklare nonsens en het heeft in ieder geval niets te maken met waar Jezus het hier over heeft. Maar het woord, dat Jezus gebruikt voor ‘opnieuw geboren worden’ wekt wel misverstanden, want Nikodemus snapt het ook niet. Als je letterlijk vertaalt, zou je ook kunnen lezen ‘van omhoog geboren worden’. Maar als je die vertaling zou gebruiken, dan lijkt het net alsof Nikodemus niet op heeft zitten letten en niet goed gehoord heeft wat Jezus zegt. Er staat ‘van boven’, maar dat kan ook ‘opnieuw’ betekenen en zo heeft Nikodemus het begrepen, maar als Jezus een keer aan Nikodemus heeft uitgelegd, dat het anders begrepen moet worden, dan zouden wij niet vast moeten houden aan die uitdrukking wedergeboorte, maar misschien liever moeten spreken over ‘vernieuwing, een nieuwe mens worden”. Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is. Een waarheid als een koe, maar opnieuw gaat Jezus niet in op de vraag, maar komt opnieuw met een statement, dat begint met ‘voorwaar, voorwaar’: Tenzij iemand geboren wordt uit water en geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. Die tweede geboorte is een andere geboorte, is een geboorte die samenhangt met het water van de doop en de doop met de Heilige Geest. Het is de doop tot bekering, zoals die vanaf Johannes de Doper gepredikt wordt. Het is, dat je een ander mens wordt, dat je anders leert te kijken naar de dingen en daardoor ook dingen gaat zien, die je voor die tijd niet zag en dingen gaat begrijpen, die je voor die tijd niet kon begrijpen. Nikodemus wilde een diepgaand gesprek: als Jezus, goede leraar als hij is, hem duidelijk kan maken, hoe het allemaal zit, dan wil hij zijn vertrouwen wel schenken aan die nieuwe leer, maar dan moet hij wel eerst overtuigd worden. Maar zo werkt het niet: je zult eerst moeten vertrouwen en pas dan in de navolging van Jezus zul je geleidelijk aan oog en oor krijgen voor de dingen van het koninkrijk en uiteindelijk zal de Heilige Geest je leiden in alle waarheid. Wat geboren is uit het vlees is vlees en wat geboren is uit de geest, is geest. We zijn allemaal uit het vlees geboren en daar is op zich ook niets mis mee. Maar is daarmee alles gezegd: we worden geboren, we leven, we planten ons al dan niet voort en verdwijnen dan weer? Zeker, dat doen we ook, maar ons leven moet toch meer betekenen dan dit biologische feit, het zou toch ergens naar toe moeten gaan, het moet toch richting hebben, het moet toch uitmaken, wat we wel en wat we niet doen in ons leven. Eigenlijk wordt het ons al verteld in het boek Genesis: De Heer God formeerde de mens, stof van de akker en blies de levensadem in zijn neusgaten, zo werd de mens levende ziel. Die Geest, in het prachtige gedeelte uit het boek Spreuken dat we hebben gelezen, wordt die Geest bezongen als de Wijsheid, die van voor alle tijden is, er altijd is geweest en altijd zijn zal. Daarom zegt Jezus ook tot Nikodemus: Je zou je niet moeten verbazen, dat ik zeg: Je moet opnieuw geboren worden. Jullie – en waarschijnlijk toch ook wij – denken allemaal dat we eigenlijk alles al weten en als er zich iets nieuw voordoet, dan willen we dat wel eens kritisch bekijken of het wel past in hoe wij denken dat de wereld in elkaar steekt. Maar als je zo denkt, dan leg je daarmee alleen getuigenis af van het feit, dat je niet gelooft, dat er echt iets nieuws kan beginnen, dat Gods scheppende Geest nog steeds actief is (u begrijpt, ik bedoel daarmee ook wat mensen door die geest aan creatiefs en vernieuwends doen) en dat hij mensen tot nieuwe mensen kan maken. Ken je het verhaal niet van Ezechiël over dat dal vol dorre doodsbeenderen, waar Gods geest in werd geblazen zodat ze weer herleefden? Of dat verhaal van Jesaja die bij zijn roeping besefte dat hij als zondige mens niet geschikt was om het woord van God te spreken en hoe er toen een engel kwam die zijn lippen aanraakte, waardoor hij een nieuwe mens werd? Alle boeken van Mozes en de profeten gaan toch over deze nieuwe geboorte, over de opstanding! Over de geest van God, die bij de schepping over de wateren zweefde. Die Geest van god is de rode draad door het hele bijbelse verhaal, steeds opnieuw worden mensen geroepen en op een nieuwe weg gezet: Abraham, Izaäk en Jakob, Samuël en David, Jesaja, Jeremia en Ezechiël, Ruth en Hanna en Esther. God roept ze en ze gaan op weg, ze laten hun oude leven achter zich en laten zich leiden door Gods geest, ze worden opnieuw geboren door de geest. Als ik over de aardse dingen spreek (over de tempel die afgebroken en in drie dagen weer opgebouwd zal worden) dan vertrouwen jullie me niet. Wat als ik over de hemelse dingen spreek. Als het gaat over God en over zijn Geest, zijn verborgen aanwezigheid in de wereld, dan kun je dat alleen begrijpen als je je mee wil laten nemen in de beweging van die geest, als je bereid bent om om te keren en een nieuw begin te maken. En dat kun je leren uit de Schrift, maar ook uit het verhaal van die Ene, die van boven geboren is, die – zoals Johannes het in zijn  proloog heeft gezegd: “niet uit de wil van het vlees en niet uit de wil van een man, maar uit God geboren is”. Hij is de van boven geborene en door hem na te volgen kun je ook opnieuw, van boven geboren worden. Dat is niet ‘wedergeboorte’ als theologisch thema, maar wedergeboorte in de praktijk, dat we ons open stellen voor de geest van God en niet denken, dat we het toch allemaal al weten en dat we toch allang bekeerd zijn, maar ons vertrouwen stellen in hem en daarmee op die totaal andere mogelijkheid, dat alles nieuw worden kan, dat een dal vol dorre doodsbeenderen kan herrijzen, dat zelfs een uitgebluste en niet meer inspirerende kerk weer tot leven kan komen. De mensenzoon moet verhoogd worden, dat is een woord met een driedubbele lading: als de slang, die Mozes op een stok heeft gestoken, herinnert dat woord ons aan de dood van Jezus aan het kruis. Maar het gaat ook over het opgaan naar de hemel, ook dat is verhogen. En tenslotte, dat wij zijn naam moeten verhogen, omdat ons in die naam, in zijn leven en in zijn sterven en in zijn  opstanding geleerd wordt, hoe wij nieuwe mensen kunnen worden. Zo heeft God de wereld liefgehad, hij wilde haar niet opgeven, hij heeft een mens in de wereld doen komen, die zo totaal heeft duidelijk gemaakt wat zijn wil was, dat wij in hem God zelf konden herkennen, die wij daarom zijn Zoon, de eniggeborene noemen. Want zeker, we hopen allen kinderen van God te zijn, maar zo kind van God, zo volkomen een met de Vader is alleen Hij. En ook als hij verhoogd is en opgevaren naar de hemel, dan nog kunnen wij zijn Geest, die geest die uitgaat van de Vader en de Zoon voelen en ervaren. Waar ze vandaan komt, we weten het niet. Zomaar opeens is ze er, soms even, dat je denkt: Nu, nu gaat het beginnen, nu moeten we er bij zijn. En waar ze naar toe gaat, weten we ook niet, maar we wagen het erop, we gaan mee in die grote beweging van de geest, die mensen aanblaast en aanwakkert en aanspoort en in vuur en vlam zet. We vertrouwen erop, we blijven er fiducie in hebben. Af en toe zakt ons de moed in de schoenen en dan stamelen we net als Nikodemus: Hoe kunnen deze dingen gebeuren, hoe is het in Gods Naam mogelijk, maar we hebben geen keus: als we onze hoop niet stellen op de geest, op de wind, die steeds opnieuw wil blazen, dan zijn we nergens meer. Dus zingen we het uit, bijna tegen beter weten in (maar wat weten we eigenlijk), dat we opnieuw geboren zijn, dat er een nieuwe geest in ons is geblazen. Zo moge het, ja zo moet het wel zijn. Amen.

Dit bericht is geplaatst in Preken. Bookmark de permalink.